Politieverhoor verstandelijk gehandicapten
De politie kan voor het voeren van gesprekken met slachtoffers tot 14 jaar en voor verstandelijk gehandicapte slachtoffers, gebruik maken van een interviewstudio.
Deskundigenpool verhoor verstandelijk gehandicapten
Voor het horen van verstandelijk gehandicapte slachtoffers en getuigen was tot voor kort (maart 2009) een speciale verhoorderspool van hiertoe opgeleide pedagogen en psychologen beschikbaar.
De inzet van deze verhoorderspool heeft bij justitie tot vragen geleid: mogen deze deskundigen wel zelf een verhoor uitvoeren, zonder dat bevoegd zijn tot opsporing, of dienen zij slechts de opsporingsambtenaar te ondersteunen?
Deskundigen uit de gehandicaptensector hebben tijdens deze discussie hun zorg uitgesproken wanneer de politie deze verhoren alleen zelf zou doen. De recherche mist de specifieke deskundigheid om de ingewonnen informatie van verstandelijk gehandicapten op een juiste wijze te duiden en op een juiste wijze met hen te communiceren opdat de werkelijkheid zoveel mogelijk recht wordt gedaan.
Desondanks heeft het College van procureurs-generaal geconcludeerd dat het verhoor van zowel verdachten als slachtoffers met een verstandelijke handicap in zedenzaken dient te worden uitgevoerd door opsporingsambtenaren van de politie en niet door externe deskundigen. Als reden noemt het College het feit dat de politie de meest geëigende instantie is om slachtoffers, getuigen en verdachten van misdrijven te horen.
De Aanwijzing Opsporing en Vervolging inzake seksueel misbruik is door de minister aangepast en de volgende uitgangspunten zijn vastgesteld:
- Het verhoren van slachtoffers en verdachten van misdrijven wordt uitgevoerd door opsporingsambtenaren van de politie (ook wanneer het verstandelijk gehandicapten betreft).
- Gezien de complexiteit van een dergelijk verhoor hebben de externe deskundigen een belangrijke rol met betrekking tot de advisering. In de voorbereidende fase kunnen deze deskundigen bijvoorbeeld adviseren over de manier waarop met de desbetreffende persoon het beste kan worden gecommuniceerd en over het verhoorplan. Daarnaast kan de externe deskundige desgewenst vanuit de regiekamer adviseren, bijvoorbeeld via de zogenaamde "chatmethode".
- In uitzonderlijke gevallen kan op verzoek van de opsporingsambtenaar en na toestemming van de Officier van Justitie, een externe deskundige bij het verhoor aanwezig zijn. Hierbij kan worden gedacht aan het verhoor van mensen met een meervoudige verstandelijke handicap die nauwelijks of geen spraak hebben of verstandelijk gehandicapten die verhoord moeten worden aan de hand van pictogrammen. Als er verschil van inzicht is over de aanwezigheid van de externe deskundige bij het verhoor van een verstandelijk gehandicapte tussen de externe deskundige en de opsporingsambtenaar, neemt de Officier van Justitie hierover een beslissing.
Literatuur
- Bergh, P.M., van den; Douma, J. en Hoekman, J., Zedenzaken en verstandelijk gehandicapten, Psychologische Studies; DSWO Press, Universiteit Leiden, 1999. ISBN 9066951494
- Bullens, R., Getuige deskundigen in zedenzaken de positie van de gedragswetenschapper bij strafzaken rondom mogelijk seksueel misbruik van kinderen, 1998
- Heestermans, M. en Lammers, M., Horen van verstandelijk gehandicapte slachtoffers of getuigen van seksueel misbruik - criteria, achtergronden en aanbevelingen voor politie en justitie -, Somma & OPL, Utrecht, 2000, Tel: 030 - 236 37 07.
- Ministerie van Justitie, Brief Tweede Kamer 9 maart 2009 aangaande Verhoor verstandelijk gehandicapten
- Perske, R., Thoughts on the police interrogation of individuals with mental retardation, in Mental Retardation, 32, 377-380
- Politie Gelderland Zuid, Praten met de politie, infoboekje voor mensen met een verstandelijke handicap over hoe een verhoor bij de politie verloopt, Nijmegen, 2001
- Soppe, H., Getuigenissen van kinderen in zedenzaken I: de herinnering van kinderen en hoe hen te horen, De psycholoog, mei, 1995, 213-218
- Soppe, H., Getuigenissen van kinderen in zedenzaken II: bepaling van de geloofwaardigheid, De psycholoog, juni, 1995, 261-265;


